Exclusieve samenwerking

Exclusieve samenwerking Breet Consultancy en van der Meijs Bouwmanagement & Advies

 

logo_Breet Consultancy exclusieve samenwerking                                                            

Rob Breet en Joep van der Meijs werken al vele jaren in projecten met elkaar samen, daar waar bouwmanagement en techniek elkaar raken. Het is gebleken dat beiden “dezelfde bloedgroep” bezitten in de benadering en aanpak van de projecten. Hierbij staat steeds het eindresultaat voorop, waarbij geen concessies worden gedaan aan de kwaliteit. De tevredenheid van onze opdrachtgevers heeft geleid tot het besluit een verregaande samenwerking aan te gaan.

 

Wat is het doel:

Deze samenwerking komt tot stand omdat de twee bedrijven op dit moment complementair aan elkaar werken en zij de dienstverlening meer willen integreren. Hierbij is het van belang om één aanspreekpunt te hebben voor de volledige breedte van onze dienstverlening. Immers, de contactlijnen en de responstijden zijn dan korter en alle kennis is direct beschikbaar.

Wat zijn de specialismen van beide bedrijven:

De dienstverlening van Breet Consultancy bv begeeft zich voornamelijk op het vlak van:

  • Ontwerp en advisering van waterbehandelingsinstallaties voor zwembaden en dierentuinen
  • Het doen van aanbevelingen voor het besparen van primaire energiedragers in sportaccommodaties;
  • Het voeren van projectmanagement (namens de opdrachtgever) tijdens de bouwfase van de realisatie van complexe installaties;
  • Het geven van workshops voor technisch personeel van sport– en zwemaccommodaties “hoe om te gaan met het beheer van technische installaties” met als doel de optimalisatie van de technische bedrijfsvoering;
  • Het beoordelen van technische installaties en accommodaties in zwembaden in relatie tot de wetgeving WHVBZ;
  • Het voeren van (technisch) interim-management van sportaccommodaties;
  • Het opstellen van Meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en het uitvoeren van 0-metingen;

Van der Meijs Bouwmanagement & Advies bv ondersteunt gemeentelijke en zorgorganisaties bij de verschillende keuzes voor de renovatie en nieuwbouw van overdekte sportaccommodaties, voornamelijk zwembaden. Haar dienstverlening richt zich op:

  • Vertaling van vraag en aanbod naar een passende maatschappelijke (sport)huisvesting;
  • Onderzoek en advies;
  • Opstellen van Programma van Eisen (ruimtelijk, functioneel en technisch);
  • Opstellen van investerings- en exploitatieramingen;
  • Ondersteuning bij de aanbestedingsstrategie (DBFMO);
  • Opstellen van de Aanbestedingsdocumenten;
  • Het projectmanagement, namens de opdrachtgever, van het ontwerp en de uitvoering;
  • Interim-management.

Met deze samenwerking is diepgaande kennisuitwisseling beoogd, waarvoor partijen bereid zijn te investeren. De bestaande netwerken worden gekoppeld waardoor een sterkere marktpositie wordt verkregen.

Wat zijn uw voordelen van deze samenwerking:

  • Verbreding van onze dienstverlening aan onze opdrachtgevers (one-stop-shopping);
  • Verdieping van onze kennis van maatschappelijk vastgoed;
  • Brede benadering vanaf de initiatieffase tot en met de realisatie- en nazorgfase;
  • Resultaatoptimalisatie door onze brede kennis vanaf de start van het project in te zetten waarmee de voorbereidingstijd wordt beperkt (Tijd = Geld);
  • Direct contact met onze specialisten;
  • Gespreide geografische ligging, waardoor optimalisatie van reistijden- en kosten mogelijk is;
  • Vraagbaak voor management- en technische ondersteuning tijdens de exploitatie;

De samenwerking richt zich op het verbreden en in stand houden van een langjarige relatie met onze opdrachtgevers. Ons devies is: vroegtijdig investeren in efficiënt advies en management, borgt de kwaliteit en het rendement’.

Nieuwbouw sporthal en zwembad Gilze en Rijen

bouwbord Rijen

De nieuwbouw combinatie sporthal en zwembad in de kern van Rijen is een aanwinst voor de gemeente. Het gebouw met een lengte van ongeveer 110 meter valt mooi weg op de bosrijke locatie. Het is een mooi ingetogen ontwerp van Slangen + Koenis, wat door gemeente Gilze en Rijen ook was gevraagd.

Die 110 meter lengte van het gebouw bestaat uit een sporthal van 29,4 x 50 meter geschikt voor diverse binnensporten, een 4-baans zwembassin van 10 x 25 geschikt voor doelgroepen en instructie. Het zwembad is aanvullend voorzien van een whirlpool/bubbelbad, een saunacabine, een poolpod en een geïntegreerde (luie)trap, welke met de beweegbare bodem meebeweegt. Daarnaast is er ook nog een apart peuterbassin. Deze functies worden gekoppeld door de horeca die centraal in het gebouw is opgenomen.

Het gebouw oogt transparant vanwege de vele glasoppervlakten. Het is een uitdagende locatie, vanwege de bestaande bomen en het historisch pad Den Butter.
Van der Meijs Bouwmanagement & Advies kijkt terug op een geslaagde aanbesteding en kijkt vooruit naar een succesvolle uitvoering. In maart 2018 zal het nieuwe complex opgeleverd worden, inclusief 25 jaar onderhoud. De Exploitant zal dan ook zijn intrek nemen en het nieuwe sportcomplex in gebruik geven aan de inwoners van Gilze en Rijen.

Projectkenmerken:
Bruto vloeroppervlak gebouw: +/- 4.600 m2
Terreinoppervlak: +/- 11.000 m2
Doelgroepenbassin: 10 x 25 meter; separaat peuterbassin
Sporthal: 29,4 x 50 meter
Geprognotiseerde bezoekersaantallen voor het zwembad per jaar: 72.500 bezoekers

De opdracht omvatte (tot nu toe) het opstellen van een Ruimtelijk, Functioneel en Technische Programma van Eisen, het mede bepalen van de aanbesteding stratgie, het opstellen van aanbestedingsdocumenten voor de exploitant(O) en daarnaast van de Design, Build en Maintain (DBM) partij, de gemeente ondersteunen bij de aanbesteding, het adviseren van de gemeente tijdens de ontwerpfase.

Opdrachtgever: Gemeente Gilze en Rijen
Opdrachtnemer: Van der Meijs Bouwmanagement & Advies
Contactpersoon Opdrachtnemer: De heer J.T.G. van der Meijs en Mevrouw T.T.C. Swanenberg
Datum start werkzaamheden: november 2015
Datum beëindiging opdracht: nog in uitvoering
Contractwaarde: circa € 10.500.000,-

Promotiefilm ontwerp

Nieuws op Woensdag! Sportend kind onbetaalbaar!

Steeds meer ouders doen beroep op Jeugdsportfonds
Een groeiend aantal Nederlanders kan sportclubs voor hun kinderen niet meer betalen. Afgelopen jaar moesten ruim 42.000 kinderen financieel worden geholpen om te kunnen sporten, bijna een kwart meer dan in 2014.

De stijging ligt in lijn met eerdere jaren”, zegt Jeanette Jongejans van het Jeugdsportfonds, dat sportkansen voor kinderen van 4 tot 18 jaar die om financiële redenen geen lid kunnen worden van een sportvereniging, wil waarborgen.

Eén van de redenen is dat de contributies van sportclubs al drie jaar lang omhoogschieten. De clubs proberen het hoofd boven water te houden omdat ze geconfronteerd worden met stijgende lasten. „Huurverhogingen worden vaak doorberekend door gemeenten, die ook weer geconfronteerd worden met bezuinigingen”, zegt Dick Zeegers van de stichting Waarborgfonds Sports (SWS). Het fonds controleerde van 1300 verenigingen de jaarstukken. Zeegers vreest dat door de stijgingen minder mensen gaan sporten. „De betaalbaarheid van sport komt echt op de tocht te staan.”

Niet alleen in de jaarstukken is de kostenstijging te merken. Ook op de velden en tijdens ledenvergaderingen wordt over de financiële problematiek gesproken. Cristian Kamphuis, penningmeester van voetbalvereniging Achilles’12 in Hengelo, herkent het beeld en moest de contributie dit jaar verhogen.

Overheid

„Door de terugtrekkende overheid komen de lasten steeds meer op de schouders van de verenigingen terecht”, aldus de penningmeester. „Alleen al het afschaffen van de ecotaxsubsidie door het ministerie van Volksgezondheid Wetenschap en Sport (VWS) scheelt ons zo’n 4000 euro per jaar. Twee jaar geleden werd de gemeentelijke subsidie voor de ozb voor sportverenigingen al afgeschaft. Tel daarbij de verhoging van de huur van de velden en het doorbelasten van de kalk die de gemeente voor ons in petto heeft en we hebben het over ruim 10.000 euro per jaar”, voegt Kamphuis toe.

In 2013 stegen de kosten voor de sporters gemiddeld met drie procent, in 2014 met vier procent en in 2015 wederom met drie procent. Ook sportorganisatie NOC*NSF merkt dat de kosten bij veel clubs voor hoofdbrekens zorgen. „Vooral stijgende huurprijzen, gebrek aan sponsors en geringe of afnemende subsidies zijn grote zorgen”, aldus Erik Lenselink van NOC*NSF. „Gemiddeld steeg de contributie al en was er een afname van één procent op het aantal lidmaatschappen. Sport staat onderaan op bezuinigingslijstjes van huishoudens. Lagere inkomensgroepen zijn niet in staat de kosten van sport zelfstandig te dragen en dat is reden tot zorg.”

De stichting Waarborgfonds Sport constateert dat ’de rek er bij veel verenigingen uit is’. „In het verleden kon er – mede door subsidiebijdrages van de overheid – voor een relatief laag bedrag gesport worden bij een sportvereniging. De sportclubs waar tegen zeer lage tarieven wordt gesport worden steeds zeldzamer.”

Aan de verenigingen wordt door Zeegers geadviseerd om naast de sport meer activiteiten te ontplooien om de sportaccommodaties te benutten. „De accommodaties kunnen bijvoorbeeld worden gebruikt voor een buitenschoolse opvang. Ook andere verenigingen kunnen gebruik gaan maken van bijvoorbeeld de sportkantine. Daarnaast kan het inzamelen van bijvoorbeeld plastic of vet extra inkomsten in kas brengen. Zo kun je de contributies lager houden.”

Bron: Telegraaf

 

Nieuws op woensdag! Sport geliefde bezuiniging

Veel gemeenten bezuinigen vanaf dit jaar op sport. Per inwoner gaat het om drie tot vijf euro.

Het aanpassen van tarieven, het verhogen van de bezettingsgraad, andere beheervormen en versobering van onderhoud worden veelal door gemeenten ingezet om de bezuinigingen te realiseren. Gemiddeld geven gemeenten dit jaar 62 euro per inwoner aan sport uit.

Daphne Schippers 2Gemeenten die sport(accommodaties) zelf exploiteren, zijn daar jaarlijks bijna 27 euro per inwoner aan kwijt. De uitgaven voor de externe exploitatie liggen op 10 euro per inwoner. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Gemeentelijke uitgaven aan sport’ (2010-2015) dat in opdracht van het ministerie van VWS is uitgevoerd door het Mulier Instituut. De onderzoekers hebben voor hun onderzoek de begrotingen en jaarverslagen van gemeenten van onder de loep genomen.

Minder onderhoud
Gemeenten die sportaccommodaties (nog) in eigen beheer hebben, proberen via het uitbesteden van exploitatie en beheer van sportaccommodaties de bezuinigingstaakstelling op de sportbegroting te realiseren. Dat doen zij onder meer door marktpartijen of stichtingen exploitatiesubsidies te geven. Diverse gemeenten verlagen de subsidie aan sportverenigingen. Andere gemeenten beknibbelen op onderhoud. Sommigen van hen laten dat, in ruil voor minder huur, over aan de sportverenigingen. Andere gemeenten stellen onderhoud uit of stoppen er mee, zoals in Barneveld. Venlo bezuinigt al jaren flink op onderhoud. De gebruiker moet zich met minder tevreden stellen, vindt Venlo. Ook gemeente Schiedam meldt dat onderhoudsactiviteiten aan sportaccommodaties zijn herbezien of uitgesteld, aldus de onderzoekers.

Privatiseren
Sportaccommodaties zijn al lang niet meer alleen in beheer van de gemeente. Zwembaden, sporthallen en zelfs sportcomplexen worden meer en meer beheerd door marktpartijen, stichtingen en sportverenigingen, concluderen de onderzoekers. ‘De verantwoordelijkheid voor sport en beweegvoorzieningen ligt mede bij de sportaanbieders’, beargumenteerd de gemeente Súdwest-Fryslân haar keuze in haar jaarverslag. De gemeente zet in op het privatiseren van sportgebouwen, en bij de aanleg van bijvoorbeeld een kunstgrasveld moet de sportvereniging zelf een kwart van de kosten ophoesten. Verder wordt de gemeentelijke bemoeienis met onder andere kleed- en clubgebouwen en overige opstallen op sportcomplexen beëindigd en aan de gebruikers overgedragen.

Exploitatiekosten
De gemiddelde investeringen voor sport(accommodaties) zijn tussen 2010 tot 2012 toegenomen tot ruim 23 euro, zo blijkt uit het onderzoek. In 2013 en 2014 bleef dat op min of meer hetzelfde niveau. De kosten voor de exploitatie in eigen beheer bedroegen vorig jaar bijna 27 euro per inwoner. De exploitatiekosten namen vooral vanaf 2012 op 2013 toe. De uitgaven voor de externe exploitatie liggen op 10 euro per inwoner. Vanaf 2011 groeien deze kosten jaarlijks een beetje.

Bron: Binnenlands Bestuur

Nieuws op woensdag! Historisch klimaatverdrag

Historisch klimaatverdrag verandert de bouwwereld

KlimaattopHet klimaatverdrag van Parijs zorgt ervoor dat Nederland het klimaatbeleid aanzienlijk moet versnellen. Vooral in de gebouwde omgeving is nog heel veel te doen.

Energiebeleid en grondstoffenbeleid zijn de twee belangrijkste terreinen waarmee de bouw te maken krijgt. Doordat op het laatst de doelstelling van het verdrag nog is aangescherpt naar het beperken van de temperatuurstijging tot 1,5 procent, moeten op die beleidsterreinen aanzienlijk meer maatregelen in hoger tempo worden genomen.

Op het gebied van energie moet volgens experts als Jean Paul van Soest veel harder worden ingezet op energiebesparing in de gebouwde omgeving. “Daarin, in woningen en kantoren, moeten nu echt forse maatregelen worden genomen”, laat hij weten.

Het grondstoffenbeleid wordt een onderdeel van het beleid rond de circulaire economie. Daarover is recentelijk nog in de Tweede Kamer gesproken waarbij gevraagd is om een overkoepelend programma.

De Europese Commissie heeft daarover op 2 december nog een mededeling gepubliceerd en het kabinet heeft al eerder de SER om advies gevraagd. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft milieustaatssecretaris Sharon Dijksma: “Om tot een overkoepelend kabinetsbreed programma circulaire economie te komen, is het belangrijk om de voorstellen van de Europese Commissie en het advies van de SER mee te nemen”.

Programma

Daarnaast wil Dijksma nog overleg voeren met bedrijfsleven en niet-gouvernementele organisaties over de maatregelen die ertoe kunnen bijdragen een circulaire economie te realiseren. Voor de zomer wil ze dat allemaal in een programma vastleggen.

Specifiek op het gebied van grondstoffen kondigt de staatssecretaris aan in een aantal sectoren energiezuinige ketenprojecten op te zetten rond de hoogwaardige benutting van restafvalstromen. Daarin volgt zij het Europese beleid dat recentelijk door de Europese Commissie is gepubliceerd.

milieucentraalDijksma laat verder weten zich sterk te maken voor aanpassing van de zogenoemde Ecodesign-richtlijn ter ondersteuning van de circulaire economie. Daarvoor moet de richtlijn worden toegespitst op aspecten als levensduur en repareerbaarheid, recyclebaarheid en toepassing van secundaire grondstoffen.

Samen met België en Duitsland heeft Nederland praktische voorstellen gedaan aan de Commissie.

bron: Cobouw (Ferry Heijbrock)

Terugblik week 50! Samenwerking met Sportservice Noord-Brabant

In de laatste maand van dit jaar is er een mooie samenwerking ontstaan met Sportservice Noord-Brabant.

ondertekening samenwerking Sportservice Noord-BrabantDe samenwerking houdt in dat wij onze expertise beschikbaar stellen ten behoeve van de Brabantse sport- en beweegsector door middel van een (beperkt) aantal adviesuren per jaar. Deze adviesuren worden in overleg ingezet bij de behandeling van relevante/eerstelijns adviesaanvragen binnen de Brabantse sport- en beweegsectoren.

De expertise die wij kunnen bieden loopt uiteen van Consultancy, het opstellen van bijvoorbeeld een Programma van Eisen, tot de begeleiding van het ontwerp, de uitvoering en nazorg en alle regels die daaraan verbonden zijn voor diverse (overdekte) sportaccommodaties.

Dit alles doen wij onder het mom van ‘Kennis delen’, wat een van onze kernwaarden is!

ondertekening samenwerking Sportservice Noord-Brabant

Nieuws op woensdag! Wijzigingsbesluit Bhvbz van de baan!

Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft het besluit genomen om niet verder door te gaan met het wijzigingsbesluit Bhvbz. Er is besloten om de geactualiseerde voorschriften voor badinrichtingen op te nemen in een zogeheten Aanpassingsbesluit van het Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL).

Het BAL is een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Omgevingswet. Dat gaat betekenen dat in het BAL een hoofdstuk over badinrichtingen zal komen zonder dat hier de artikelen ingevuld zijn. Deze artikelen zullen in het Aanpassingsbesluit komen te staan. Het BAL en het Aanpassingsbesluit doorlopen een afzonderlijk traject, maar uiteindelijk zullen beide besluiten tegelijk in werking treden; volgens de planning in 2018.

Het Aanpassingsbesluit (met de voorschriften voor badinrichtingen) gaat medio 2016 de officiële procedure in.

Bron: Zwembadkeur

Nieuws op woensdag! Duurzaamheid vraagt nieuwe doordenking

Duurzaamheid vraagt nieuwe doordenking

 ‘Ze zijn om zeep’. Dat werd gezegd van expedities die zeep gingen halen, maar vanwege piraterij niet terugkwamen. Als mensen zich afvroegen waar ze bleven, zei men: ‘ze zijn om zeep’. Dat kun je ook zeggen van veel bouwinitiatieven, die met duurzaamheid aan de slag zijn gegaan. Ze zijn op weg gegaan, maar hebben hun doel nooit bereikt.

DuurzaamheidDuurzaam bouwen heeft inmiddels een geschiedenis van enkele decennia. Het dubo-denken uitte zich in eerste aanleg in handboeken en checklisten. Een starre werkwijze, die snel door nieuwe ontwikkelingen werd ingehaald. Dat leidde tot een nieuwe fase, waarin dubo-convenanten werden afgesloten. Alle goede bedoelingen werden op papier gezet en van officiële handtekeningen voorzien. Vaak bleken dat niet-werkbare afspraken, waaraan marktpartijen niet echt gebonden waren. Voldoende reden voor duurzaamheidsdenkers om nieuwe wegen in te slaan.

Verwarring brengt duurzaamheid om zeep
De aandacht verlegde zich naar een materialendiscussie, waarbij beton, hout, staal, kunststof en aluminium langs de meetlat van levenscyclusanalyses (LCA’s) werden gelegd. Deze materialendiscussie leverde geen hanteerbare oplossingen op productniveau op. Daarin werd voorzien door tal van certificaten en keurmerken, waardoor veel bouwprofessionals inmiddels in het dubo-bos de duurzaamheidsbomen niet meer zien. Of er nu wordt gewerkt met BREEAM-NL Nieuwbouw van Pass tot Outstanding, GreenCalc+, DUBOkeur©, GPR Gebouw of welk ijkpunt ook, de marktwerking heeft niet aan helderheid gewonnen. Ondertussen heeft de rijksoverheid Duurzaam Inkopen-beleid ontwikkeld, waarin voor 45 productgroepen milieucriteria gelden. Per 2015 moeten alle overheden voor 100% duurzaam inkopen. Het Bouwbesluit 2012 schrijft vanaf 1 januari 2013 een berekening van de milieuprestaties van gebouwen en GWW-werken voor.

Bouwpraktijk laat verbrokkeld beeld zien
Alle beleidsinitiatieven ten spijt, duurzaamheid in de bouwpraktijk geeft anno 2015 een verwarrend en verbrokkeld beeld. Van een eenduidige en breed gedragen aanpak is nog bitter weinig terecht gekomen. Er zijn veel voorbeeldprojecten, maar er is weinig navolging. Er is veel subsidie gespendeerd, er wordt weinig regulier geïnvesteerd. Duurzaamheidsgoeroes verheffen zich op met veel overheidsgeld opgetuigde podia, zoals Platform31, Energiesprong en de daaruit voortgesproten ‘deal’ De Stroomversnelling. Energiesprong is een innovatieprogramma dat Platform31 tot eind 2015 uitvoert in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Vanuit een zekere beschermde positie roepen duurbetaalde programmaregisseurs met een ruim bemeten communicatiebudget hun verheven boodschap, maar zij worden niet afgerekend op de schaarse resultaten in de bedrijfspraktijk. Officiële effectmetingen van dit soort overheidsbeleid geven vaak een rooskleurig beeld, waardoor het ingezette beleid als geslaagd wordt gezien. De kwaliteit en representativiteit van zulke beleidsevaluaties laten vaak te wensen over.

Tijd voor herijking
Het is tijd voor een grondige en diepgaande herijking van het duurzaamheidsbeleid, om te beginnen in de volle breedte van de bouwsector in Nederland. Duurzaamheid heeft een Europese en wereldwijde dimensie. Het is een object van internationale politiek geworden. Kijk maar naar de actuele klimaatdiscussie. Als gezegd wordt dat Nederland op dit gebied aan internationale verplichtingen moet voldoen, ontglipt de grip op iedere discussie. Dat overstijgt ons individuele begripsvermogen en onze persoonlijke verantwoordelijkheid. De Europese en zelfs internationale aanspraken in de duurzaamheidsdiscussie leiden de aandacht af van de concrete bedrijfspraktijk. Hoe meer fora zich met het begrip duurzaamheid bezighouden, hoe minder mensen en bedrijven zich persoonlijk en individueel verantwoordelijk voelen. Een nieuwe invulling van het begrip duurzaamheid is hard nodig om woonconsumenten en bouwprofessionals een betekenisvolle impuls te geven. Dat hoeft niet per definitie tot een herleving van het achterhaalde en holle duurzaamheid denken te leiden. Het kan ook leiden tot een heel nieuw begrip, waarmee de actuele uitdaging voor de toekomst wordt verwoord. Het gaat dan meer om bewust bouwen, dan om duurzaam bouwen. Om effectieve verbeterstappen, dan om formele certificatieprotocollen. Om echte meerwaarde, dan om kriegel makende keurmerken.

Een integrale ketenbenadering
Het duurzaamheidsbeleid is toe aan een radicale vernieuwing. Na checklisten, convenanten en keurmerken is het tijd voor een integrale keten brede benadering. Dat is een immense uitdaging voor innovatieve marktpartijen. Om deze uitdaging met succes te volbrengen dient over een drietal aspecten nadrukkelijk nagedacht te worden. Allereerst vraagt het nieuwe duurzaamheidsbeleid een eenduidige definitie, gericht op de wensen en mogelijkheden van de eindgebruiker. Het huidige duurzaamheidsbegrip is afgesleten en vraagt een scherpe afbakening en toespitsing. In de tweede plaats is een transparante en consistente uitvoeringspraktijk van belang. De overheid moet niet met een dubbele mond spreken, maar vooral ook met de inkoopfunctie een voorbeeldrol vervullen. Een derde aspect betreft de marktpartijen in alle schakels van de bouwkolom. Een ketengerichte aanpak voorkomt niet alleen versnippering, maar is een voorwaarde voor een integrale oplossing. Als alle partijen in de keten zich bewust zijn van de verantwoordelijkheid, zal een nieuwe definitie van duurzaamheid in 2016 en volgende jaren zijn effect bewijzen. Dan gaan de pioniers niet ‘om zeep’, maar komen zij terug met bruikbare, nuttige en vooral in de bouwpraktijk bewezen oplossingen.

Bron: Piet M. Oskam, directeur Centrum voor Innovatie van de Bouwkolom (CIB)

 

Terugblik op week 48! Kers op de taart

Afgelopen week stond in het teken van passen en meten en tot slot een kers op de taart.

Stedenbouwkundige inpassing sportcomplex Valkenhuizen ArnhemVoor het sportcomplex Valkenhuizen in Arnhem hebben wij, samen met de stedenbouwkundige van gemeente Arnhem, gekeken naar de stedenbouwkundige inpassing van het nieuwe zwembad. Naast het zwembad is ook gekeken naar, hoe om te gaan met het nieuw te bouwen kantoor, de opslag-/ buitenruimte voor de groenwerkers, de doorstroming van het verkeer, parkeren en fietsenstallingen. Met het verwerken van alle gegevens komen we tot een vlekkenplan waarmee we de kaders kunnen aangeven voor het toekomstige ontwerp.

beste bibliotheekAls kers op de taart is één van onze projecten, “De Chocoladefabriek” te Gouda, uitgeroepen tot de beste bibliotheek van Nederland. Wij hebben, in opdracht van gemeente Gouda, het Projectmanagement en de directievoering tijdens de realisatie uitgevoerd. De bibliotheek heeft van de bijna 20.000 uitgebrachte stemmen ruim 5.000 stemmen ontvangen. Ook de vakjury koos unaniem voor de Chocoladefabriek.

In de voormalige fabriek is sinds vorig jaar de Openbare Bibliotheek, het Streekarchief Midden-Holland en de Drukkerswerkplaats Gouda gevestigd. In het gebouw is nog veel van de oude fabriek te herkennen. In de vloer van de bibliotheek is het verhaal van de voormalige fabriek geschreven. De jury sprak uit “het concept van de Chocoladefabriek sprankelt en geeft een werkelijke nieuwe betekenis van het begrip bibliotheek en is een ideale plek voor inwoners van Gouda en voor andere bibliotheken om inspiratie op te doen”.

Nieuws op woensdag! RVS in zwembadatmosfeer

Corrosieproblematiek rondom RVS-ophangsystemen in de zwembadatmosfeer

Binnen diverse gremia is gediscussieerd over de corrosieproblematiek van roestvast stalen (RVS) ophangsystemen in zwembadatmosfeer (de lucht boven het zwembadwater). Dit vanwege de kans op schade en persoonlijk letsel als ophangsystemen bezwijken. Deze discussies zijn overwegend technisch inhoudelijk van aard en richten zich op het begrijpen van deze specifieke vorm van corrosie (mechanisme, randvoorwaarden), en mogelijke oplossingen om deze vorm van corrosie tegen te gaan. De in dit document verwoorde zienswijze is mede op deze discussies gebaseerd.

De problematiek
Gangbare RVS soorten zoals “304” en “316” kunnen in zwembadatmosfeer onderhevig zijn aan scheurvormende corrosie door condensatie en neerslag van agressieve stoffen zoals chlooramines, in combinatie met aanwezige trekspanningen. Door de scheurvorming verliezen dragende onderdelen zoals ophangelementen hun sterkte en kunnen uiteindelijk bezwijken (doordat dit corrosieproces relatief snel verloopt kan dit al binnen een jaar gebeuren). Als gevolg hiervan zijn er al meerdere ernstige ongevallen en ettelijke incidenten opgetreden, zowel in het buitenland als in Nederland.

RVS in zwembadatmosfeer RVS in zwembadatmosfeer RVS in zwembadatmosfeer

Technische oplossingen
Om scheurvormende corrosie door chlooramines te voorkomen kan gekozen worden voor een constructiemateriaal dat niet gevoelig is voor deze vorm van aantasting. Dit geldt voor diverse hooggelegeerde RVS soorten (b.v. 1.4565, 1.4529, 1.4547), maar ook voor verzinkt staal met extra coating (zgn. duplexsystemen, conform DIN 18168-1).

In Europese norm EN 13451-1-2011 “Swimming pool equipment” worden deze hooggelegeerde RVS soorten als geschikt vermeld, maar blijft verzinkt staal buiten beschouwing.
In TNO-rapport TNO 2013 R11051 d.d. 20-09-2013 worden deze drie hooggelegeerde RVS soorten als resistent aangemerkt, en 304 en 316 als niet-resistent. Ook vermeldt dit rapport de mogelijkheid voor toepassen van andere “beschermde metalen” (b.v. staal met duplexsysteem).

NACE-werkgroep TG 498 – “Materials Selection and Inspection of Fasteners on Hanging Elements for Use in Indoor Swimming Pool Atmosphere” heeft een norm in ontwikkeling waarin zowel hooggelegeerde RVS soorten als verzinkt en gecoat staal (= duplex systeem) als geschikte materialen zijn opgenomen.

Niet resistent rvs vervangen of inspecteren?
Het TNO-rapport R11051 is door het ministerie van BZK naar de 2e kamer gestuurd (kenmerk 2013- 0000582535 d.d. 30-09-2013) met begeleidend schrijven. Daarin wordt vermeld dat geadviseerd wordt niet-resistent RVS (304, 316) in bestaande zwembaden te vervangen (TNO-rapport: “vervanging dringend nodig”). Zo niet, dan minimaal elke 6 maanden te inspecteren op roestvorming.
In hetzelfde schrijven aan de 2e kamer is vermeld dat NEN het TNO-rapport gaat gebruiken om te komen tot een toekomstige NPR.
Het ligt dan in de rede om bestaande, internationale normen en richtlijnen zoveel mogelijk over te nemen: zie EN 13451-1-2011 en de concept NACE TG 498 standard.

Mocht in die nieuwe NPR de optie om 6-maandelijks te inspecteren (in plaats van 304 / 316 te vervangen) overeind blijven, dan zijn wij zeer benieuwd naar de eisen en voorschriften die voor deze – voor integriteit en veiligheid cruciale – inspectie zullen gaan gelden, en hoe men deze in de praktijk vorm zal geven (onder meer bij moeilijke bereikbaarheid).
Vergelijkingstabel genoemde materialen

EN aanduiding AISI UNS
1.4301 UN30S4S30400 S30400
1.4306 / 1.4307 304L S30403
1.4401 316 S31600
1.4404 316L S31603
1.4539 904L N08904
1.4529 N08926
1.4547 “254SMO”® S31254
1.4565 S34565

Bron: materialenkennis.nl